Rabarber is een plant die wordt gekweekt vanwege zijn eetbare delen. De wortel van een rabarberplant bestaat uit een grote stronk onder de grond. Aan die stronk zitten uitlopers die zich vertakken zoals gewone wortels. Door die stronk kan een rabarber in het voorjaar met flinke snelheid stelen en bladeren laten groeien.
Rabarber is voornamelijk in de zomer verkrijgbaar en heel gezond. De plant heeft dikke bladstelen en grote bladeren. Rabarber is vers als de stelen hard en stevig aanvoelen. Er zijn verschillende soorten rabarber: met geheel groene, met rood/groene en met geheel rode stelen. Groene (delen van) stelen zijn zuurder dan rode stelen, maar ze zijn niet onrijp. Ze zullen dus niet roder of zoeter worden als u ze langer bewaard. Men gebruikt de rode rabarber vaak om gekookt te eten, de groene stelen worden het meest gebruikt voor rabarbercompote.
Alleen de bladstelen worden gegeten. Deze worden in stukken van 2 cm gesneden en met weinig water gekookt. Als de stukken geheel in vezels uit elkaar vallen is de rabarber klaar. Rabarber kan warm of koud worden gegeten. In beide gevallen is het een bijgerecht dan wel een dessert. Rabarber is ook goed te gebruiken in gebakssoorten, zoals vlaai.
Vanwege de uitermate zure smaak door het aanwezige oxaalzuur moet er veel suiker aan de groente worden toegevoegd. De stelen hoeven niet geschild te worden. Als dit toch gebeurt wordt de gekookte rabarber groen, anders krijgt de gekookte rabarber een rode kleur. Men kan rabarber ook rauw eten. Meestal wordt er dan zout over gestrooid. Hieronder vindt u een heerlijk recept met rabarber.